Winkelwagen
Geen artikelen in winkelwagen.




Nieuwsbrief
Meld u aan voor onze nieuwsbrief:

Gastenboek
DNA-profilering,wat zegt mij dit ik heb van mijn hond 18 ... lees meer >>
01-02-2012

Mooie informatieve site. het zou mooi zijn als de info van ... lees meer >>
20-10-2011

Vind het jammer dat ik niet eerder deze site heb ... lees meer >>
08-02-2011

Plaats een bericht >>



Honden & Sport

Hondensporten

 

Wat kan je allemaal doen met je hond?

Als je een hond hebt aangeschaft is het natuurlijk niet de bedoeling dat je er alleen maar af en toe een blokje om je huis mee loopt.
Je hebt nu eenmaal gekozen voor een actieve hond en daar kan je een aantal leuke en actieve hondensporten mee doen.

Puppencursus
Uiteraard zal de hond eerst zijn basisopleiding moeten voltooien voordat hij aan een sport mee kan doen. Als je een pup hebt aangeschaft is de puppencursus natuurlijk de eerste cursus welke je met je hond gaat doorlopen.
In deze cursus zal je eerst leren hoe je de aandacht van de hond kan krijgen en vasthouden. Want zonder aandacht zal je niets kunnen beginnen: de hond zal de "commando`s" niet horen als iets anders zijn aandacht heeft. Een zeer goed middel om de aandacht te krijgen is natuurlijk het trainingsbrokje; Bij vele honden gaat de liefde vooral door de maag..... Enneh... wij "werken" toch ook voor geld?? Andere honden zijn weer niet zo voergevoelig, maar weer gek op bijvoorbeeld een balletje als beloning.
In de puppencursus zal de hond de basiscommando`s aanleren, zoals netjes naast je lopen, zitten op commando e.d., maar ook het hierkomen bij de baas. Heel prettig bij het loslopen natuurlijk.

Gehoorzame Hond I en II
Na de puppencursus volgt meestal een jongehondencursus en daarna kan je Gehoorzame Hond I doen.
Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen en het soms negatieve beeld van de hond in de maatschappij heeft Cynophilia sinds 1994 een cursusprograma "Gehoorzame Hond I" en later "Gehoorzame Hond II". Deze cursussen zijn bedoeld om vast te stellen of de verstandhouding tussen baas en hond zodanig is dat de hond op sociaal verantwoorde wijze in onze maatschappij zijn plaats kan innemen. Alle basisgedragingen van baas en hond worden aangeleerd, zoals het niet springen uit de auto als de deur wordt geopend, het stoppen bij de stoeprand en het op tafel staan bij de dierenarts of trimmer. De cursus wordt afgesloten met een examen.
Andere hondenscholen zullen een eigen basiscursus gehoorzaamheid hebben.

Als de hond nog jong is en nog niet oud genoeg voor een sport welke toch zijn gewrichten nog teveel belast, kan men de cursus "Gehoorzame Hond II" doen of een andere vervolgcursus gehoorzaamheid.
Om aan een hondensport te kunnen deelnemen, zullen de gewrichten goed uitgegroeid moeten zijn. Raadpleeg hiervoor de hondenschool of uw dierenarts.
Een klein ras is eerder uitgegroeid dan een hele grote hond. Kleine honden kunnen vaak vanaf dat ze een jaar oud zijn al aan behendigheid en dergelijke meedoen, maar heel grote honden zoals de Molossers pas na 2 – 2,5 jaar.

Jacht
Indien je met je hond de jachttraining in wilt gaan, begin je al vanaf dat de hond een pup is met de eerste beginselen. Apporteren kan je al heel vroeg mee beginnen. Een pauze wordt gehouden tijdens het wisselen van het gebit om “nare” ervaringen te vermijden.
Raadpleeg uw rasvereniging voor de juiste jachttraining welk geschikt is voor uw hond. Er zijn namelijk zeer veel soorten jachthonden welke hun specifieke taak hebben in de jacht.

Wilt u liever niets met het jachtgebeuren te maken hebben (ofschoon de jachttraining niet perse met echt wild hoeft te gebeuren, maar ook met dummies gewerkt kan worden), maar u wel die fantastische neus van uw hond wilt laten gebruiken, zijn er ook diverse speursporten te volgen.
Een van die sporten is mantrailen. Zie aldaar.

Na de basis gehoorzaamheidscursussen kunt u diverse richtingen uit.

 

 

Dogfrisbee

Het ligt voor de hand te denken dat dogfrisbee een kwestie is van gooien en vangen van een disc, zoals de meesten reeds regelmatig met de hond doen. Dit is echter geheel niet het geval! Het betreft hier een uitermate officiële hondensport welke professioneel wordt beoefend!

Lees meer >>>


 

Agility

 

Agility (ook wel behendigheid genoemd) is een discipline van de hondensport vergelijkbaar met jumping bij paardensport. Het parcours omvat een aantal hindernissen die de moet nemen, geleid door zijn begeleider, in een minimum van tijd, op de juiste wijze en in een bepaalde volgorde.

Agility laat toe de fysieke toestand van een hond te beoordelen en geeft hem de mogelijkheid om een groot zelfvertrouwen te krijgen.

Gebruikte toestellen zijn: de hoogtesprong, de breedtesprong, de borstelsprong, de tunnel, de slurf, de band, de katteloop, de A-schutting, de wip en de slalom.

In Nederland kan binnen twee overkoepelende organisaties aan agility worden gedaan, namelijk de Federatie Hondensport Nederland (FHN) en Cynophilia. Agility is een snelgroeiende sport, die vooral de afgelopen jaren een enorme vlucht heeft genomen.


 

Canicross

 

Canicross is een hondensport waarbij een geleider en zijn hond samen een bepaalde afstand lopen.Canicross is ontstaan in Canada in de vroege jaren 1900. De sledehonden werden, als er geen sneeuw lag, al lopend getraind door hun musher. In Frankrijk kende men het vanaf de jaren negentig. Op 31 oktober 2004 vond in Nederland, in het Streekbos te Bovenkarspel, de eerste wedstrijd canicross plaats. In België al veel eerder, namelijk eind jaren tachtig. Regels

De regels van deze sport zijn eenvoudig: de geleider draagt een gordel om zijn middel en is verbonden met het tuigje van de hond via een elastische rekker.

Als de hond voor je loopt en trekt zal tijdens het lopen de elastische rekker spannen, waardoor de geleider voortgetrokken wordt. Het voordeel hiervan is dat de geleider of musher zo een hogere snelheid haalt. Er is een korte afstand (van 2 km tot 4 km) en een lange afstand (van 4km tot 8 km). Er zijn ook reeksen voor kinderen. Deze lopen samen met hun begeleider. De hond mag ook naast de geleider lopen, maar als hij niet meer vrijwillig meeloopt, wordt je uitgesloten. Alle honden, ongeacht het ras, zijn bij de sport toegestaan.


 

Flyball

 

Flyball is een sport voor honden in teamverband, waarin twee honden tegelijk het tegen elkaar opnemen. De honden moeten op twee naast elkaar gelegen hindernisbanen over vier in lijn staande hindernissen springen, aan het eind daarvan staat een kist met een tennisbal. De hond moet dan met zijn voorpoten een mechanisme in werking stellen, waardoor de tennisbal in zijn richting wordt gegooid. De hond moet de bal opvangen en dan met de bal over de hindernisbaan zo snel mogelijk terug naar zijn baas. De hond met bal in de bek die het snelste is en geen hindernis heeft overgeslagen wint.

Op deze manier kunnen in teamverband hele competities worden afgewerkt. Bijvoorbeeld vier tot maximaal zes honden per team, die in estafette het parcours afleggen. Pas als de vorige hond terug over de start- en finishlijn is mag de volgende hond starten.

Oorsprong

Flyball is overgewaaid uit de Verenigde Staten. In 1970 vond Herbert Wagner daar deze vorm van hondensport uit en in 1985 werd de North American Flyball Association (NAFA) opgericht. Flyball werd in 1990 in Nederland geïntroduceerd.

Populariteit

Flyball is een goede sport voor actieve honden die veel beweging nodig hebben en het is ook een sociaal gebeuren voor de hondenbezitters. De populariteit in vele landen is mede te danken aan het feit dat niet alleen rashonden, maar ook kruisingen hier aan mee mogen doen.

Flyball heeft zich nu wereldwijd verspreid over vele landen inclusief Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. In Europa in landen als België, Duitsland, Groot-Brittannië, Finland, Nederland, Polen en Tsjechië. Nederland en Polen organiseren nationale flyballcompetities en doen ook mee aan de jaarlijkse Europese kampioenschappen. In 2007 werd het Europees kampioenschap gehouden in Engeland en in 2008 vindt het plaats in Tsjechië.


 

 

Schaaphoeden

Herdershonden zijn honden die gefokt zijn voor het werken met vee. Er wordt onderscheid gemaakt tussen honden voor het drijven en hoeden, en honden voor het beschermen van vee.

 

Drijven en hoeden

Als een herdershond vooral achter de kudde werkt, heet het dat hij drijft. De herder zelf zal voorop lopen of eveneens de kudde volgen. Ook kan de hond een kudde die zich op enige afstand bevindt naar de herder toe drijven. In ieder geval wordt bij het drijven het vee verplaatst.

Bij het hoeden in enge zin moet de hond ervoor zorgen dat een grazende kudde bijeen blijft, binnen door de herder aangegeven grenzen. De hond fungeert dan als levende omheining en kan zich ook naast de kudde bewegen. Dit is van belang als een weidegebied in blokken begraasd en bemest moet worden.

Het onderscheid dat de officiële rassenindeling maakt tussen herdershonden en veedrijvers heeft met het verschil tussen drijven en hoeden niet veel te maken. Veedrijvers zijn in dit geval zwaar gebouwde honden, die niet zozeer door herders maar vooral door veehandelaren gebruikt werden. Die kochten het vee bij de boeren en dreven het naar de stad. Ze hadden soms nogal wat geld bij zich, en verteld wordt dat ze onderweg graag de herbergen aandeden. De honden moesten dus de centjes van hun baas kunnen beschermen als die daar zelf niet meer toe in staat was.

Onder de herdershonden zijn sommige rassen beter in het drijven, andere in het hoeden. Maar het verschil tussen drijven en hoeden is niet altijd zinvol. Een kudde die langs de weg verplaatst wordt moet in de juiste richting gestuurd worden, én uit de belendende akkers blijven.

 

Andere indelingen

Er zijn tussen de herdershonden aanzienlijke verschillen in bouw en temperament. Deze zijn vaak verklaarbaar door de omstandigheden in de streek waaruit de honden afkomstig zijn en het vee waarmee gewerkt werd. Meestal waren dat schapen, maar het konden ook runderen, geiten of varkens zijn, soms ganzen. Runderen en varkens vragen om een krachtiger optreden dan schapen. Een hond die te timide is maakt geen indruk op de kudde, maar als de hond te hard is kan het vee in paniek raken.

Sommige rassen zijn gefokt als specialisten voor een bepaalde taak, andere zijn juist all-rounders. Een klasse apart vormen de kortbenige drijfhonden voor rundvee, de heelers, die kortbenig zijn om makkelijker buiten het bereik van de runderhoeven te blijven. Deze rassen, zoals de Welsh corgi’s, hebben ook een felle aard en zullen niet aarzelen hun tanden te gebruiken.

Maar meestal hebben herders weinig waardering voor honden die bijten. De honden moeten dus op andere manieren proberen indruk te maken. Door uit te vallen zonder echt te bijten, door luid blaffen, of door het vee dreigend aan te staren. Al deze eigenschappen zijn afgeleid van het natuurlijk jachtgedrag van de hond. Maar een herdershond mag niet de neiging hebben om het spoor van echt wild te volgen, dat zou hem als bewaker van de kudde onbetrouwbaar maken.

 

Wedstrijden schaaphoeden

Subtiel drijven door dreigend staren (eye) is kenmerkend voor de bordrcollie. Dit ras neemt een bijzondere plaats in omdat het al meer dan honderd jaar gefokt wordt voor de sheepdog trials, de Britse wedstrijden in het schaaphoeden. De eigenschappen die daarvoor zijn ontwikkeld maken dit ras ook zeer geschikt voor veel andere hondensporten.

Bij de trials moet de hond een klein groepje schapen, dat zich op enige afstand bevindt ophalen en naar de herder drijven (outrun en lift). Terwijl de herder steeds op de startplaats blijft, drijft de hond de schapen langs een eenvoudig parcours en wordt de kudde gesplitst (shed). Tenslotte worden de schapen in een klein omheind gebied (pen) opgesloten, een onderdeel waarbij de herder de hond helpt. Bij de beoordeling wordt zowel op de tijd als op de manier van werken gelet.

Voor andere rassen zijn aangepaste wedstrijden ontwikkeld. Zo worden in Australië naast de field trials ook yard trials gehouden om het werk met grotere groepen schapen op beperkt terrein te beoordelen. Kenmerkend is de eigenschap van de kelpie om bovenop de dicht opeengepakte groepen schapen te werken (backing).

Ook bij de wedstrijden voor Franse en Duitse herders worden grotere groepen schapen, van 50 tot zelfs 200 stuks, gebruikt. De nadruk ligt daarbij meer op het hoeden dan op het drijven. Hond en herder moeten samen de kudde over een ingewikkeld parcours leiden, langs een akker, over een brug en over een kruispunt. Verder wordt het ruimer en compacter weiden van de schapen beoordeeld. In Duitsland worden doorgaans twee honden tegelijk gebruikt.

 

Herdershonden als huishond

Herdershonden zijn gefokt om nauw met hun baas samen te werken. Ze zijn niet noodzakelijkerwijs intelligenter dan andere rassen, maar wel bijzonder goed opvoedbaar. Daarom zijn herdershonden ook voor veel andere taken geschikt. Bekend is de inzet van Duitse, Hollandse en Mechelse herders als politiehond. Vroeger werden deze rassen ook veel gebruikt als blindengeleidehond, maar daarvoor worden tegenwoordig vooral de wat zachtaardiger retrievers ingezet.

De nauwe band met de baas maakt de herdershond tot een aantrekkelijke huishond. Maar er moet wel rekening mee gehouden worden dat sommige rassen wat scherp kunnen zijn en dat herdershonden niet altijd zijn ingesteld op het leven met kinderen of andere honden. Verder zullen juist de beste werkende rassen zich als huishond al snel vervelen, onrustig worden en hun eigen (ongewenste) bezigheden gaan zoeken.

 


Windhondenrennen

 

Windhondenrennen is een sport waarbij de honden een kunsthaas moeten achtervolgen op een baan. De honden worden onverdeeld in klassen, dit gebeurt op ras en geslacht. Alle honden dragen tijdens de wedstrijd een muilkorf om de honden tegen elkaar te beschermen.

Honden mogen vanaf een leeftijd van 15 maanden deelnemen tot de maximale leeftijd van 8 jaar.

De baan bestaat uit twee rechte zijden en twee bochten, te vergelijken met de baan bij de atletiek.

Er is tevens een variant genaamd "Coursing" waarbij er op een veld (dus niet in een ovaal) achter een kunsthaas wordt gelopen.




Dogfrisbee >>